Sonia Rijnhout gaat geen blik uit de weg

Enkele recente schilderijen van Sonia Rijnhout zien eruit alsof ze een aantal beeldfragmenten heeft opgeworpen en dat ze willekeurig half over elkaar heen liggend zijn neergekomen. Daardoor vormen die fragmenten een geheel in een meervoudige structuur. Je doet meteen moeite er doorheen te kijken en er een weg in af te leggen, zoals je je door de straten van een stad beweegt, je oogopslag aanpassend, om je heen kijkend om je voortbewegende lichaam steeds te positioneren ten opzichte van je omgeving. Sonia Rijnhout gaat geen blik uit de weg. Net zo min als een wandeling door de stad volstrekt willekeurig is, zijn haar schilderijen toevallig. Toeval speelt wel een rol, want ze zijn zorgvuldig geconstrueerd vanuit een patroon dat zichzelf aandient en waar ze niet omheen kan. Ze moet er doorheen. Het is vooral een gedachtepatroon waarmee je als kijker in aanraking komt, een stroom van overwegingen die cirkelen rondom een veronderstelling waarmee ze de wereld en het bestaan benadert en waarin het alledaagse opgaat in het ongeregelde.

 

Opstelling en tegenstelling

Sonia Rijnhout gaat op in de stad en met haar schilderijen steekt ze er tegen af. De schilderijen zijn een stelling; een opstelling en een tegenstelling. Die bouwt ze op uit gevlochten rasters die, als een ijzeren wapening voor beton, een ijle ruimtelijke een transparante constructie bewerkstelligen. In uiterlijke zin verwijst haar werk direct naar de composities van de eerste constructivistische schilders, maar een dergelijke vergelijking doet de constatering te kort dat Sonia Rijnhout als schilder een onafhankelijke verbeelding in werking zet als ze haar schilderijen maakt. Visueel vergelijkingsmateriaal is er in de kunst altijd in overvloed, maar de vergelijkingsmogelijkheden zeggen nog niets over de manier waarop iedere kunstenaar zich onderscheidt van de andere. Sonia Rijnhout functioneert beter als je haar losmaakt van de zichtbare relaties die er in de kunst nu eenmaal zijn. In haar schilderijen komt de stad op je af. Je begeeft je er als vanzelf in. Het is de grootstad, de metropool. De gelaagdheid ervan – van de ondergrondse tot het heli-deck - is in haar composities te beleven als een bodemloosheid in je gedachten. Wat je denkt en ervaart in de stad wordt in haar schilderijen een inwijding in de manier waarop je je als individu tot de massa verhoudt, hoe je je als mens onderscheidt in een samenleving die iedereen gelijkschakelt en ondergeschikt maakt aan elkaar. In deze schilderijen komt het erop aan wie je bent en hoe je je verhoudt tot de anderen met wie je de stad tot een persoonlijke beleving maakt. Zoals in het stadsbeeld taligheid voortdurend aan de orde is als houvast, zo bieden haar schilderijen in een vaak half afgebroken belettering die de typografische ornamentiek ontstijgen, een vorm van persoonlijke plaatsbepaling voor de kijker: inzicht in waar hij zich bevindt en hoe hij zich tot de omgeving verhoudt, de gedachten die hij erover vormt, de steun die hij erin vindt, als een handgreep in de tram. De beweeglijkheid van de schilderijen bestaat uit voortdurende verschuivingen in het blikveld. Je zit in de metro en rijdt tunnels in en uit. Van overbelichte uitzichten belandt je in verduisterde ruimtes. Je komt ergens vandaan en je gaat ergens naar toe. Begin en eind zoeken een verbinding met elkaar waar je in beweging bent. De schilderijen brengen lassen aan in het kijken en het denken. Het zijn beeldende aforismen die het motief vormen voor een manier om in het leven te staan. Dat ontdek je door de typografische flarden van uitspraken die je niet kunt ontwarren. Ze roepen het vermoeden op dat er iets schuil gaat achter de belettering waar geen verklaring voor is. Er gaat iets aan vooraf en er komt iets na. Alles in dit werk verhoudt zich tot de dualiteit van uitzicht en inzicht. Tussenruimte In de schilderijen van Sonia Rijnhout kijk je dwars door elkaar overlappende beelden heen. Er is vooral tussenruimte die het vermogen tot het voorstelbaar maken van onzichtbare facetten in werking stelt. Het zijn schilderijen waar je je langs beweegt, beelden waar je je tussenin bevindt. De schilderijen veroorzaken voorstellingen die je je maakt van achterliggende motieven en onderliggende bedoelingen. Die verraden zich niet bij Sonia Rijnhout. Je ziet dat er steeds consequente beslissingen zijn genomen, al houden die soms in dat het oorspronkelijk beeld moet worden verstoord. Altijd gebeurt er iets at random, zijn er aanpassingen die niet van tevoren zijn ingecalculeerd. Het grote geluk is dat Sonia Rijnhout in haar schilderijen haar eigen welstandcommissie is. Ze grijpt in waar nodig. Veel van haar schilderijen beschouwen ‘ruimten rondom’. Ze cirkelt om de architectuur heen of doorsnijdt die cilindrisch van binnenuit. Eigenaardig is dat puur lineair denken in haar werk niet voorkomt, terwijl de hele compositie vrijwel altijd uit rechte lijnen is opgebouwd, of op zijn minst zuiver mathematische vormen inzet. Ze hanteert een ongewone blik die je je eerst eigen moet maken om na te gaan wat je in haar schilderijen ziet. Je begrijpt uit de concrete informatie dat Sonia Rijnhout precies weet waar ze is, maar je kunt haar niet thuisbrengen. Je verdwaalt in haar beelden die bouwsels zijn, gedachteconstructies, hersenspinsels met de mathematische, organische logica van een geleedpotig insect voorzien van facetogen die het zichtbare opdelen in talloze benaderingen van de werkelijkheid. In veel van haar schilderijen liggen meerdere patronen over elkaar heen. Vanuit een centraal werk maken zich satellieten los die verzelfstandigen. De kern van het beeld wordt achtergelaten en er ontstaan vertakkingen die hun die hun oorsprong op een andere wijze benaderen dan van tevoren is berekend. Het is een prismatische manier van werken. Al schilderend is het rhizomatisch, als de woekering van een braamstruik die daarmee zijn omgeving dreigt te verstikken en waaruit je je wanhopig probeert te bevrijden als je erin verstrikt raakt. Je weet dat je dat beter met beleid kunt doen en dat is precies wat die wanhoop veroorzaakt; het ongeduld om je hieraan te onttrekken. De functionaliteit van de met elkaar samenhangende onderdelen in de schilderijen wordt in twijfel getrokken met iedere toevoeging die er logischerwijs uit volgt. De chaos die ontstaat is een gevolg van de logica en vice versa.

 

Vrij zwevend

Sonia Rijnhout loopt in haar schilderijen als Harold Lloyd tegen de gebouwen op. Ze heeft ze daarvoor plat neergelegd. Ze legt het stadsbeeld op zijn kant en bewandelt de gevels met gemak. De zwaartekracht is teniet gedaan. Haar schilderijen zijn vrije zwevende, gewichtsloze, architectonische netten die infrastructureel hun eigen wetten stellen. De interne samenhang ervan wordt benadrukt door kleuraccenten die in contrasten met elkaar zijn verweven. Ieder onderdeel van een schilderij kan op het oog worden los geprepareerd als een orgaan in een menselijk lichaam. Dat kan heel klinisch worden gedaan, maar nooit ontkom je aan de gevoelsmatige consequenties van een dergelijke operatie. In dit werk wordt de stedelijke structuur als een lichaam ontleed en Sonia Rijnhout brengt de architectuur in een roes. Onder plaatselijke narcose verricht ze poliklinisch ingrepen die we zelf kunnen waarnemen, waar we onderdeel van zijn. Het is een operatie die uit noodzaak wordt verricht. Ze rekt ons bestaan door mogelijkheden in kaart te brengen waar we geen weet van hebben. Dat doet ze door het alledaagse gebruik van onze leefomgeving te idealiseren in schilderkunstige proposities die voorbij gaan aan ons beperkte voorstellingsvermogen. Iedere tussenruimte die zij in ons gedachtegoed ontwaart, presenteert ze als vrije ruimte, grenzeloos in tijd en omvang, zonder begin en eind. Het is altijd een uitsnede. De beperking van het denken is in verf gevangen: mogelijkheden te over. Ze onttrekken zich aan de geschilderde materie. Sonia Rijnhout is de archeologe van de eigentijdse architectuur. Ze kruipt op handen en knieën tussen de fundamenten van het eigentijdse bouwen. Die kruipruimte is haar projectkamer, de cinema van haar verbeelding, een vorm van ‘hard kijken’. Om iets helder te verbeelden, moet je de ruimte eerst verduisteren. Dan belicht je het scherm. Sonia Rijnhout werpt er licht op nadat ze is afgedaald in de krochten. Ze trekt zichzelf eruit omhoog. In haar architectuur ben je weliswaar teruggeworpen op jezelf in een massale anonimiteit, maar je kunt er werkelijk iemand tegenkomen. Het is gezien. Het is geschilderd. Er komt geen eind aan en het is niet begonnen. Het is niet bedacht, maar doet zich voor. Het is niet verzonnen. Het is gemaakt en verbeeld. Het is getroffen. Het is verdeeld. Iedereen kan erbij. Niemand kan zonder. Je maakt je vrij. Het is een wonder, een mirakel, een orakel.

 

Verspringing

De schilderijen van Sonia Rijnhout zijn lichtvoetig in hun dynamische verschijning. Er zit een afgemeten beweging in, een maatvoering, alsof de opbouw ervan als een choreografie wordt uitgevoerd. Haar werk vormt een partituur voor het denken en de ervaring, voor emotie en overweging. Er zit vrijwel altijd een verspringing in het beeld. De onderdelen van de schilderijen breng je met elkaar in verband door je ogen heen en weer te laten schieten, wat in je hoofd wordt vertaald als een fysieke verplaatsing, snel en doelgericht, als het springend bewegen over een hinkelpad, de plek overslaand waar je de steen hebt geworpen. Aan het eind gekomen, draai je je om op zoek naar de verhouding tussen de elementen waarmee het schilderij tot stand is gebracht. De ruïne stut de nieuwbouw. Het ene beeld valt over het ander, maar samen houden ze elkaar overeind.

Alex de Vries

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Sonia Rijnhout doesn’t avoid any point of view

Sonia Rijnhout doesn’t avoid any point of view Some recent paintings by Sonia Rijnhout look as if she had thrown a number of image fragments in the air that had randomly landed, overlapping one another. The fragments then combine as a whole in a plural structure. You immediately try to look through it, to walk through it, like when you move along the streets of a city, adapting your point of view, looking in all directions to always put your body in perspective with the environment. Sonia Rijnhout doesn’t avoid any point of view. A walk through a city never follows a totally random path and neither do her paintings. But the pattern around which they are carefully constructed is in itself random; she cannot avoid it and must see it through. As an observer, you are touched by a line of thoughts, by a flow of considerations that surround the assumption with which she approaches the world and the existence, and which allows common things to become uncommon.


Position and opposition

Sonia Rijnhout integrates into the city but contrasts with it through her paintings. The paintings simultaneously form a position, a proposition and an opposition. She builds these upon interwoven frameworks which, much like steel concrete reinforcements, create an eerie, spacious and transparent construction. In a general sense, her work points directly towards the compositions of the first constructivist painters, but such a comparison wouldn’t do justice to the fact that Sonia Rijnhout totally engages her independent artistic imagination when creating her paintings. There are of course numerous visually comparable works of art available, but the comparison possibilities don’t reveal in which way each artist distinguishes himself from the others. When you liberate Sonia Rijnhout from the mere visual relationships that are omnipresent in art, she becomes even more recognizable. In her paintings, the city comes towards you and you’re automatically drawn into it. It’s the big city, the metropolis. In her compositions, its levels – from the subways to the helicopter decks – could be interpreted as the occasional pointlessness of one’s thoughts. In her paintings, the feelings and thoughts you experience in the city become a revelation of the way you act as an individual when confronted with the masses, of how you distinguish yourself as a human being in a community that equalises and subjugates everyone to another. What matters in these paintings is who you are and how you relate to other individuals who turn the city into a personal experience. Just as in urban environments where particular views and images form reassuring points of reference, in her paintings, often truncated wordings, which are beyond any form of typographical ornamentals, offer a means of personal orientation to the viewer: they show him where he is and how he relates to the environment, reveal what he thinks of it and reassure him, just like a holding handle on the bus. The continuous changes of the viewpoints give the paintings all their mobility. You’re riding the subway, entering and exiting tunnels. You move swiftly from overexposed views to darkened areas. There’s no beginning and no end to your journey. But beginning and ending try to connect at the very point of your movement. The paintings build bridging points in the way you look at things and think of things. They are visual aphorisms that form a foundation for a certain way of living. You discover this through the typographical fragments of statements that you cannot decipher. They make you think that there’s something hidden behind the wordings that cannot be explained. Something should precede them and something should follow. Everything in her work relates to the duality of viewing and understanding.

 

Empty spaces

In Sonia Rijnhout’s paintings, you look straight through mutually overlapping images. There are many empty spaces that activate your capacity to imagine invisible facets. These are paintings that should be looked at while moving, with views that surround you. The paintings make you imagine images of hidden patterns and subjacent intentions. Because Sonia Rijnhout doesn’t reveal these. You can see relevant decisions have always been made, though these sometimes required the original image to be disturbed. There are always things happening randomly, adaptations which hadn’t been planned. When creating her paintings, Sonia Rijnhout is her own “Control Comity”; she intervenes when and where required. Many of her paintings take into account the “surrounding spaces”. She orbits around the architecture or cylindrically cuts through it from within. It is remarkable that her work doesn’t contain any pure linear lines of thought, though the entire composition is nearly always built up out of straight lines, or at least uses pure mathematical shapes. She has an unusual point of view you should first get acquainted with in order to find out what you can see in her paintings. The available information tells you that Sonia Rijnhout knows exactly where she is, but you cannot tell where she is. You get lost in her images, which are constructions, built up out of thoughts, out of brain waves, with the mathematical, organic logic of insects whose facet-eyes divide all visible things in countless approximations of the real image. Many of her paintings feature several overlapping patterns. Out of a central point, satellites are released that take on an independent form. The core of the image is then left behind and ramifications are created that look at their origin in a different way than the one that was previously foreseen. It’s a prismatic way of working. When painting it becomes rhizomatic, like the outgrowth of a blackberry bush that threatens to choke its surroundings and from which you desperately try to escape if you happen to get entangled in it. You know you should be very careful when doing so, but that’s precisely what causes your distress; your impatience to free yourself. The functionality of the related components of the paintings is questioned by every addition that logically follows them. The resulting chaos is both the consequence and the origin of the logic.

 

Free floating

In her paintings, Sonia Rijnhout walks on top of the buildings like Harold Lloyd. But she laid them flat to do so. She puts the city on its side and walks up and down the façades with ease. Gravity is eliminated. Her paintings are free floating, weightless, architectonic webs, which only obey laws of their own infrastructure. Their internal relationships are highlighted by colour tones that are interwoven with contrasting shades. Each part of the paintings can be visually separated, like the organs of the human body. This can be done in a very clinical way, but you could never escape from the emotional consequences of such an operation. In these works of art, Sonia Rijnhout applies local anaesthesia to the architecture and dissects the urban structure as if it were a body; polyclinical interventions we can observe, as if we took part in the operation. The operation is required and unavoidable. She stretches our existence by mapping possibilities that we didn’t know of. She does so by idealising the daily usage of our environment with artistic proposals that bypass the limitations of our imagination. She represents each inner space of our thoughts as free, timeless and dimensionless areas, without beginning or end and always carefully cut out. The limitations of our thoughts have been captured in paint and there are many possibilities. They escape from the painted matter. Sonia Rijnhout is the archaeologist of modern architecture. On hands and knees she crawls through the foundations of today’s constructions. That space is her very working space, the theatre of her imagination, the materialisation of her points of view. In order to represent things clearly, you first have to darken the room. Then you light the screen. Sonia Rijnhout only lights it after descending into the basements. Then she pulls out of them again. In her architecture, you get thrown back to yourself within a massive anonymity, so much is true, but you really can get to meet someone there. It has been seen. It has been painted. It has no ending and it didn’t even start. It hasn’t been made up, but still it happens. It hasn’t been imagined. It has been made and expressed. It has been hit. It has been divided. Anyone can reach it. Nobody can do without it. You liberate yourself. It’s a wonder, a miracle, an oracle.

 

Offsets

Sonia Rijnhout’s paintings are light-hearted within their dynamic appearance. They possess a carefully measured movement, a precise rhythm, as if their construction followed a subtle choreography. Her work forms a partition for one’s thoughts and experiences, for one’s emotions and considerations. Nearly every image contains an offset. You relate the different components of the paintings by flashing your eyes back and forth, which your brain translates as a physical movement, swift and precise, like when you play hopscotch, skipping the spot where the stone landed. Once you’ve reached the end, you turn around to look for the relationships between the elements that compose the painting. The ruins support new constructions. Images drop and overlap each other, but as a whole they keep upright.

Alex de Vries